Wat is vrouwenhandel?

Vrouwenhandel is een vorm van mensenhandel. Omdat het overgrote deel van de slachtoffers van mensenhandel vrouw is, wordt de term “vrouwenhandel” gebruikt. Er is sprake van vrouwenhandel wanneer iemand door middel van (bedreiging met) geweld, misleiding of misbruik van overwicht door derden gedwongen wordt om bijvoorbeeld als prostituee te werken. Het doet daarbij er niet toe of iemand al eerder in de prostitutie gewerkt heeft of dat onder vrijwillige omstandigheden zou willen blijven verrichten.

 

Wat is gedwongen prostitutie?

Helaas gebeurt het ook erg vaak dat mensen worden gedwongen om in de prostitutie te werken. Onder gedwongen prostitutie wordt verstaan het onvrijwillig in de prostitutie brengen of houden van personen en het profiteren daarvan. Ofwel alle vormen van dwang, geweld, misleiding en uitbuiting in de prostitutie. Deze vorm van prostitutie is strafbaar gesteld in het Wetboek van Strafrecht onder het mensenhandel artikel 273f, lid 1 sub 1. Vrouwen en minderjarige meisjes die gedwongen worden om in de prostitutie te gaan werken hebben vaak last van diverse gevolgen, zoals eenzaamheid, depressie, bedreiging, verkrachting, verslaving aan drugs en/of geld, ziekte of infecties en moeite hebben om mensen te kunnen vertrouwen.

 

De kenmerken van vrouwenhandel

Uitbuiting speelt een belangrijke factor mee bij de vraag of er sprake is van mensenhandel. Onder uitbuiting wordt verstaan mensen, vrijwillig of niet vrijwillig laten werken en daarvan profiteren door de inkomsten af te nemen en ze onder onmenselijke omstandigheden te laten werken door middel van dwang, geweld, bedreiging of misleiding.  

 

Dwang

Er is sprake van dwang wanneer wilsvrijheid ontbreekt. Wanneer men zaken toelaat die men niet zou hebben gedaan als er geen dwang zou zijn geweest. Bijvoorbeeld door verkrachting of bedreiging met verkrachting een vrouw te dwingen om zich te prostitueren. Loverboys spelen vaak een spel. Ze willen eerst de vrouw haar hart winnen, door haar te verleiden met aandacht en dure cadeaus. Als ze eenmaal de vrouw hebben ingepalmd, dwingen ze de vrouw tot prostitutie. De Hoge Raad heeft op 20 april 1999 (HR 20 april 1999, NJ 1999) bepaald dat opzet een belangrijke rol speelt. De verdachte moet dus opzet hebben op het dwingen. Vervolgens heeft de Hoge Raad bepaald dat er geen sprake kan zijn van opzettelijk dwingen indien het slachtoffer niet als zodanig heeft ervaren.

 

Geweld

De definitie van geweld is elke uitoefening van lichamelijke kracht tegen persoon of goed bijvoorbeeld door te stompen, slaan of schoppen en bewerken met scherpe voorwerpen. Deze handelingen leveren al geweld op. Geestelijk geweld uit zich door dreigen, vernederen en schelden. Seksueel geweld uit zich in verkrachting en/of aanranding. Het komt vaak voor dat een vrouw bij aankomst in Nederland regelmatig verkracht wordt door verschillende personen. Door de vrouw te verkrachten “maken” de handelaren de vrouw “klaar” om te gaan werken in de prostitutie.

 

Bedreiging

Bedreiging kan plaatsvinden door het uiten van bedreigende woorden en door daden. Ook het aanjagen van vrees is een vorm van bedreiging. Er kan naast bedreiging met bijvoorbeeld mishandeling, worden gedreigd een illegale vrouw aan te geven bij de vreemdelingenpolitie of aan de familie vertellen dat de vrouw in de prostitutie werkt of kan worden gedreigd met ontslag of het inhouden van het salaris. Veel vrouwen uit bijvoorbeeld Nigeria prostitueren zich onder vloek van een voodoopriester. Deze vrouwen hebben beloofd om nooit de naam van hun handelaar te geven. Indien de vrouw dat wel doet, wordt zij en of haar familieleden gek of vermoord. Bij een Nederlander wekt dergelijke voodoo bedreigingen geen vrees op. In andere culturen waar deze voodoreligie heerst wel.

 

Misleiding

Onder misleiding (in de zin van vrouwenhandel) wordt verstaan vrouwen onder valse voorwendselen naar Nederland lokken. Dit houdt in dat de handelaren geen verkeerde informatie mogen geven over de reden van de komst van de vrouwen naar Nederland. Ze vertellen de vrouwen dat ze in Nederland schoonmaak en/of horecawerk gaan verrichten.

Er is ook sprake van misleiding wanneer er afgesproken wordt dat de vrouwen slechts drie of vier mannen per avond zouden ‘bedienen’, dat de inkomsten fifty/fifty worden verdeeld en dat de vrouwen overdag voldoende vrije tijd zouden hebben. Eenmaal in Nederland blijkt het heel anders te zijn. De vrouwen worden gecontroleerd door hun baas en moeten hun gehele of een groot gedeelte van hun inkomsten afstaan.

Vaak verkeren deze vrouwen in slechte sociale of economische omstandigheden en willen naar welvarende streken in de hoop op een beter leven. Ze hebben vaak niet genoeg kennis en onvoldoende mogelijkheden om succesvol een bestaan op te bouwen in hun herkomstland.

 

De loverboys of pooiers zijn mensenhandelaren die zich hier schuldig aan maken. Zij schenden het recht van de vrouwen om te beschikken over hun eigen lichaam en leven.